Pauline van der Meer Mohr- Voorzitter College van Bestuur, Erasmus Universiteit Rotterdam- Lid Commissie Monitoring
Als je aan een universiteit gaat werken, ziet de wereld er plotseling heel anders uit. Niet langer gaat het erom de wijsheid in pacht te hebben, richting te geven door een visie uiteen te zetten en aandeelhouderswaarde na te jagen. Niet dat daar iets mis mee is, op zich, maar je merkt al gauw dat wetenschappers met hele andere dingen bezig zijn. Dat het hebben van een stellige opvatting over de werkelijkheid of de toekomst niet onmiddellijk tot enthousiasme of volgelingen leidt.
Ooit leerde ik de definitie van wetenschap van de Oostenrijkse natuurkundige en filosoof Ernst Mach: “Wetenschap is aanpassen van de gedachten aan de feiten”. Dit lijkt me ook een nuttige leidraad bij het denken over talent naar de top. Onze gedachten gaan over het stimuleren van vrouwelijk talent, en wij hebben daarbij doorgaans een klassiek carrièrepad voor ogen dat leidt via verschillende stappen in grote organisaties naar de top van de piramide. Bovenop de berg staat de CEO, geflankeerd door die eredivisie van de zakelijke wereld: de raad van bestuur en de raad van commissarissen. Feit is, dat in de afgelopen 20 jaar bitter weinig vooruitgang is geboekt, ondanks alle goedbedoelde pogingen om vrouwen door de worstmolen van het klassieke loopbaanpad heen te duwen. Een enkeling slaagde erin zich een plaats te verwerven op de apenrots, maar het merendeel haakt voortijdig af.
De voorspelbare reactie is: als het niet goedschiks kan, dan maar kwaadschiks. Afdwingen dus, door middel van wetgeving. Een klassieke controlereflex. Maar in het kat- en muisspel van de grote mensenwereld vindt elke organisatie wel een oplossing om wetgeving te “accomoderen”. Quota en streefcijfers nodigen uit tot creativiteit. In de komende tijd zullen de raden van commissarissen vast uitgebreid worden met een aantal stoelen voor vrouwen. Ongetwijfeld capabele vrouwen, die onder andere omstandigheden wellicht over het hoofd waren gezien. Voor raden van bestuur ligt dat minder eenvoudig, omdat nieuwe leden meestal door de rangen opgroeien en dus een jarenlange concurrentiestrijd moeten overleven alvorens klaar te zijn voor die laatste stap. Het alternatief (externe inhuur) leidt tot het rondpompen van talent en dus alleen tot vergroting van het reservoir als in het buitenland wordt geworven. De voor de hand liggende oplossing is dus om raden van bestuur juist in te krimpen tot twee leden (een CEO en een CFO) zodat je minder hebt uit te leggen als er geen vrouwen aan de top zijn.
Dit schimmenspel leidt af van de kern van de zaak. Het ging er toch om ruim baan te scheppen voor talent? Tijd dus, om onze gedachten aan te passen aan de feiten. Misschien moeten we heel anders gaan denken over het ontwikkelen van talent in een wereld die steeds meer bestaat uit met elkaar verweven en verknoopte netwerken. Veel vrouwen zijn zeer succesvol in die wereld, waar samenwerken een kerncompetentie is, en waar om apenrotsen wordt gelachen. Die vrouwen identificeren zich niet met bureaucratieën, maar met communities. ‘Medewerkers’ zijn in die wereld een achterhaald concept, en zelfs een onwenselijk statussymbool. Mensen worden ingehuurd op basis van expertise, als zelfstandige ondernemers. Het gaat in het nieuwe werken om toegang tot hulpbronnen, niet om bezit. Om een inhoudelijke bijdrage, om zingeving, om betekenisvol werk. Om co-creatie met klanten, partners en belanghebbenden.
In de woorden van Josephine Green, voormalig trendwatcher van Philips: ons tijdperk is een ecosysteem van informatie, diensten, oplossingen en ervaringen. Dat is de nieuwe wereld waarin vrouwen zich als vanzelf ontwikkelen. Begrijp me niet verkeerd, ik gun elke ambitieuze en getalenteerde vrouw een plaats aan de top van klassieke organisaties, en zal voor hun gelijke rechten en kansen de barricades op blijven gaan. Maar de wereld van vandaag bestaat uit zoveel meer werkelijkheden. Het is tijd om talent naar de top opnieuw te definiëren, en onze gedachten aan te passen aan de feiten.